30-08-03

Lynxen

Lynxen, twee soorten van het geslacht Felis van de Katachtigen, nl. de gewone of noordelijk lynx of los (Felis lynx) van Europa, Noord – Azië en noordelijk Noord – Amerika, en de rode of zuidelijke lynx of bobcat (Felis rufa), die voorkomt van zuidelijk Canada tot in Mexico. De genoemde soorten vormen samen met de karakal het ondergeslacht Lynx.

 

Lynxen zijn gekenmerkt door oorpluimen, bakkebaarden, vrij lange poten en een relatief korte staart, die hooguit tot op de hiel reikt. De min of meer gevlekte pels, die vooral in het winterseizoen in het noorden zeer lang haar kan hebben, is zeer gezocht in de bonthandel. Lynsen zijn eenzelvige roofdieren die zowel bosachtig als meer open terrein bewonden en op allerhand klein wild jagen, het zijn uitstekende klimmers.

 

Per worp worden 1-4 jongen geboren, bij de noordelijke vormen in het voorjaar, draagtijd 2 – 2,5 maand. Maximale levensduur 12 jaar (bij uitzondering 16 – 24 jaar). De noordelijke rassen van de gewone lynx worden het grootst. In Europa bedraagt de lengte 0,90 – 1,30 m, schouderhoogt 0,60 – 0,75 m en staart 11 - 15 cm, gewicht tot 36 kg, in Canada zijn deze afmetingen 0,75 – 1 m, 0,55 – 0,62 m en 10 cm. De lynx is in West-Europa in opmars. In 1997 was de lynx in onze streken al in de buurt van Venlo te vinden.

 

In Zuid-Europa (Iberisch Schiereiland en Balkan) komt een kleine vorm met veel intensiever vlektekening voor, de pardellos of pardellynx, die volgens andere opvattingen een afzonderlijke soort zou vertegenwoordigen. Naar schatting zijn er van deze vorm nog slechts 1000 exemplaren over, vnl. in het natuurgebied Coto Doñana, in het zuidwesten van Spanje.


18:00 Gepost door Githa | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.