21-08-03

De leeuw

Na de tijger is de leeuw de grootste van alle grote katten en het is een van de 5 grote katten die kunnen brullen. De leeuw is nauw verwant aan de tijger, het luipaard, het sneeuwluipaard en de jaguar.

 

Habitat:

Oorspronkelijk is de leeuw afkomstig uit een beduidend koudere klimaatzone en men hoeft niet eens ver in de geschiedenis terug te gaan om in het zuiden van Europa sporen van de leeuw te vinden.

Leeuwen zijn zware, massieve dieren. Hun huidig leefgebied zijn open landschappen en grote steppen en savannen waardoor ze geen slanke lenige bouw nodig hebben.

 

Lichaamsbouw:

Hun schouderhoogte bedraagt ongeveer 90 cm en ze kunnen tot 2,7 m lange en 200 kg zwaar worden. De vrouwtjes zijn kleiner. Hun schouderhoogte bedraagt maar ongeveer 75 cm. Het mannetje is in het bezit van de bekende manen en lijkt daardoor nog imposanter, maar desondanks is de leeuw kleiner dan de tijger.

Door het ontbreken van manen lijkt de leeuwin in verhouding tot de leeuw kleiner dan ze in werkelijkheid is. Bij de in het wild levende mannetjes zijn de manen vaak veel minder mooi dan bij de in gevangenschap levende dieren, omdat de manen in de wildernis min of meer kort worden gehouden door doornstruiken en ander struikgewas.

De leeuw heeft een roodachtige zandkleur met een iets lichtere buik.

De oren zijn zwart en ze verraden vaak de aanwezigheid van een zich verborgen houdende leeuw.

De staart is lang, dun behaard en eindigt in een zwart kwastje waaronder zich een hoornige punt verbergt. Daarop was de fabel gebaseerd dat leeuwen zich opmaken voor de aanval als ze met hun staart beginnen te slaan. In werkelijkheid is deze punt niets anders dan een omgevormde laatste staartwervel. De leeuw heeft ongelofelijk krachtige voorpoten; een enkele slag met zijn klauw volstaat om de nek van een zebra te breken.

Ook de leeuw heeft de voor katten zo typische rudimentaire nagel en hij gebruikt die als een soort tandenstoker om vastzittende stukken vlees tussen zijn tanden uit te trekken.

Hoewel leeuwen over het algemeen veel minder springen dan tijgers en lynxen, laat hun sprongkracht toch niets te wensen over. Men heeft vastgesteld dat ze meer dan 3,5 m hoog en 10 m ver kunnen springen.

Leeuwen, en dan vooral de jongere dieren, klimmen door zich met hun voorpoten omhoog te trekken. Volgens een grove schatting ontwikkelen ze daarbij een trekkracht die gelijkstaat aan die van 10 volwassen mannen.

 

Voortplanting:

De draagtijd van een leeuw bedraagt 105 dagen en in een normale worp worden 2-3 jongen geboren. Deze zijn bij de geboorte goed behaard en grijsgevlekt. Hun staart is relatief dik en heeft nog geen kwastje aan het eind. Men weet nog niet precies of de jongen bij de geboorte blind of ziend zijn, maar de meeste leeuwenkenners zijn van mening dat de jongen pas na 2 weken goed kunnen zien.

De eerste tanden komen na ongeveer 3 weken. Pas na ongeveer 6 maanden mogen de jongen onder moeders toezicht mee op jacht en pas na 1,5-2 jaar zijn ze zover dat ze voor zichzelf kunnen zorgen.

Met 3-4 jaar worden ze door de volwassen dieren als gelijkwaardigen behandeld. Waarschijnlijk worden in het wild levende leeuwen niet ouder dan 10 jaar, hoewel enkele in gevangenschap gehouden dieren meer dan 20 jaar oud zijn geworden.

 


18:36 Gepost door Githa | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.